|
|
Gezien het strategische belang van het onderzoeksproject
voor de Vlaamse economische ontwikkeling (zie SBO-project),
wordt een duidelijke interactie met belanghebbende maatschappelijke
actoren vooropgesteld. Daarvoor werd een begeleidingsstructuur
opgezet bestaande uit 3 geledingen: de Project Advisory
Committee, het Project Utility Reference Group
en het Utility and incubation centre. De deelnemers
vertegenwoordigen de relevante beleidsdomeinen (economie,
werkgelegenheid, innovatie en vorming en opleiding) en beleidsniveaus
(federaal, regionaal, subregionaal en sectoraal). Deze begeleidingsstructuur
heeft een dubbele rol:
- in process assessment van het project gedurende de uitvoering;
- het uittekenen van valorisatie trajecten na het vier
jaar durend project.
Het Project Advisory Committee bestaat uit 9 leden
uit sociaal-economische en sectorale geledingen (GOM Vlaams
Brabant, RESOC Leuven/ERSV Vlaams Brabant, RESOC Brugge, Ministerie
van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Werkgelegenheid,
Cevora, Agoria, Fevia Vlaanderen, BBTK, Federaal Wetenschapsbeleid
– O&O indicatoren) en is bevoegd voor de in process
monitoring, opvolging en ontwikkeling van de valorisatiemogelijkheden
van het project. De adviescommissie komt 3 keer per jaar samen
op verschillende plaatsen in de Vlaamse regio.
De Project Utility Reference Group telt 99 leden
en is samengesteld uit academici van buiten het consortium
(Vlaamse Universiteiten, Waalse vertegenwoordiging, Nederlandse
deskundigen), vertegenwoordigers vanuit de verschillende Vlaamse
bevoegdheidsdomeinen, zowel van het Vlaamse als op het regionale
niveau, sectorale actoren, sociale partners, vertegenwoordigers
van O&O-programmatie en statistiekinstellingen. Deze groep
komt één keer per jaar samen en toets de utiliteitsperspectieven
van het project bij een ruime groep maatschappelijk actoren.
Het Utility and Incubation Centre wordt opgestart
in het 3de projectjaar en bestaat uit geïnteresseerden
die potentiële valorisatie-ideeën mee tot ontwikkeling
brengen. Ze heeft tot doel de leveringstijd tussen de empirische
en theoretische inzichten en projectresultaten enerzijds en
praktische toepassingen (op korte en lange termijn) anderzijds
te verkorten.
|