| KEROSINE (Knowledge Economy
and Regional Strategies for Organisational and Sustainable Innovation)
is een vierjarig SBO-project
(Strategisch BasisOnderzoek) dat gestart is op 1 juli 2006
en gefinancierd wordt door het Instituut voor Innovatie door
Wetenschap en Technologie (IWT).
De horizon is steeds minder van tel in de economie. Economische
mondialisering maakt dat het organiseren van marktgerichte
en productieve activiteiten een wereldwijd gebeuren is. We
denken hierbij aan een groeiende ‘vernetwerking’
van bedrijven en aan de integratie van communicatie-, productie-
en marktprocessen. Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat
globalisering in de eerste plaats een organisatievraagstuk
is, en dat ook een mondiale economie min of meer beheersbaar
is voor goed geïnformeerde en strategisch georiënteerde
beleidsmakers. Drie belangrijke doelstellingen staan voorop:
- de huidige macro-economische en statistische benadering
van globalisering levert te beperkte inzichten op. Beschikbare
gegevens bieden wel informatie over de economie als een
algemene en bijna abstracte realiteit, maar gaan te vaak
voorbij aan de concrete organisatorische beslissingen. Er
is meer kennis nodig over tastbare handelingen en beslissingen
die de economie van binnen uit vormgeven;
- wetenschappers hebben vooralsnog te weinig inzicht in
het verband tussen economische prestaties en beleidskeuzes.
Om de Vlaamse economie te begrijpen, zal elk onderzoeksonderdeel
uitgebreid aandacht schenken aan de wijze waarop specifieke
economische activiteiten al dan niet bevorderd worden door
concrete beleidskeuzes;
- het onderzoeksproject zal haar aandacht vestigen op concrete
veranderingsprocessen in het Vlaamse economische weefsel:
delokalisering, outsourcing, nieuwe economische activiteiten,
afslankingen, schaalvergroting.
Het empirische werk van het project is georganiseerd in vijf
grote deelonderzoeksprojecten. Elk van deze empirische
onderzoeksstromen is gericht op een andere dimensie van de
complexe onderzoeksthematiek van economische en organisationele
globalisering. Bovendien zijn deze deelprojecten in hoge mate
complementair, wat sterk bijdraagt tot de coherentie en integratie
van de kennis die het project zal opleveren. Om de onderzoeksvragen
te beantwoorden, werden vijf concrete werkpakketten uitgewerkt,
bestaande uit enerzijds vier parallelle en tevens complementaire
empirische deelprojecten en anderzijds een overkoepelend deelproject
dat gericht is op de integratie en applicatie van de in de
overige werkpakketten verworven gegevens en kennis. Deze sterk
op toepassing gerichte integratie moet toelaten de doorstroom
van kennis naar het doelpubliek van het project te garanderen.
WP1: Transfer van bedrijfsactiviteiten
Doelstelling: een empirisch gestuurde organisatie-theoretische
verklaring van delokalisatie van economische activiteiten.
De belangrijkste theoretische kaders waarop beroep gedaan
wordt om deze doelstelling te realiseren, zijn de transactiekostenbenadering,
locatietheorieën en institutionele context benaderingen.
Naast het formuleren van een theoretische verklaring van outsourcing
en delokalisatie waarbij deze verschillende theoretische perspectieven
geïntegreerd worden, wordt getracht in dit werkpakket
ook uit te klaren wat de implicaties zijn van de inbedding
van organisaties in hun institutionele omgeving.
Methodologische opzet: een kwalitatief onderzoeksdesign met
comparatieve case-studies bij multinationale ondernemingen
WP2: Jobgroei en jobverlies analyse
Doelstelling: dit werkpakket is er op gericht het dynamische
karakter te onderzoeken van organisationele herstructurering
vanuit het perspectief van globaliserende en herstructurerende
waardeketen en de impact van deze veranderingen op de lokale
en regionale economie en arbeidsmarkt. Hiertoe zal een omvattend
overzicht en een diepgaande analyse gemaakt worden van collectieve
jobverschuivingen (jobgroei én -verlies) in de Belgische
economie. Deze analyse moet leiden tot een verklaring van
de werkgelegenheidsverschuivingen in relatie tot veranderingen
in transactiestrategieën van organisaties. Tevens zal
een vergelijkende studie met de werkgelegenheidsverschuivingen
in de buurlanden worden uitgevoerd (i.c. Frankrijk, Duitsland
en Nederland). Impliciet wordt verondersteld dat verschuivingen
in de werkgelegenheid een indicatie vormen voor veranderingen
in de transactiestrategieën van ondernemingen.
Methodologische opzet: analyse van jobgroei en jobverlies
aan de hand van administratieve gegevens (i.c. data van de
Belgische Rijksdienst voor Sociale Zekerheid), op basis waarvan
organisaties geselecteerd worden voor een survey-onderzoek
om dieper inzicht te krijgen in de context en de achterliggende
oorzaken van de jobverschuiving. Data van de Labour Force
Survey en de OESO leveren de informatie over de werkgelegenheidsverschuivingen
in de buurlanden.
WP3: Startende ondernemingen – analyse van
de contextgevoeligheid in relatie tot de institutionele context
Doelstelling: de opkomst van snel groeiende ondernemingen
in kaart brengen en beoordelen in het licht van de mogelijkheden
voor duurzame socio-economische ontwikkeling.
Methodologische opzet: websurvey met Europees bereik (na
een clustering van de EU-lidstaten op basis van gelijkende
kenmerken m.b.t. socio-economische structuur, worden landen
geselecteerd die verondersteld worden de cluster te representeren).
WP4: Herstructurering van de waardeketen
Doelstelling: het in kaart brengen van de locatie van generieke
bedrijfsfuncties in de Vlaamse profit sector. Het identificeren
van de motieven, antecedenten en de criteria die de locatiebeslissing
bepalen, alsmede een beoordeling van de effecten en van de
implementatie van de beslissing. Het beschrijven van de belemmerende
en faciliterende factoren op het niveau van de value chain
en de verschillende componenten ervan.
Methodologische opzet: grootschalige telefonische survey
bij Vlaamse vestigingen.
WP5: MATRIKS – herlokalisering van transacties in de
kennismaatschappij in kaart brengen en beoordelen
Doelstelling: de in de voorgaande werkpakketten verzamelde
data worden hier geïntegreerd in een coherente, gecentraliseerde
en permanent te updaten database van bedrijfsfuncties. Op
basis van deze databank kunnen sectorale en subregionale vervolgonderzoeken
en toepassingen die zich richten op werkgelegenheid, innovatie
en regionale ontwikkelingsstrategieën ontwikkeld worden.
|